email
mariskakret.com
|
Assistant Professor at Leiden University
email
linkedin
orangtickle

Lachen

Elke ouder herinnert zich de eerste lach van zijn of haar kind, wat onherroepelijk een grote lach op het eigen gezicht ontlokte. De mens maakt veel gebruik van de gezichtsspieren voor het uiten van emoties en intenties. Echter, wat de meesten zich niet realiseren, is dat de gezichtsspieren pas echt belangrijk zijn geworden toen zoogdieren langer op hun voedsel gingen kauwen. De mond is goed gevormd door de zuigbewegingen die nodig zijn bij borstvoeding (Huber, 1922). Darwin (1882) beschreef de gezichts- lichaamsexpressies van verschillende dieren in detail en ook tijdgenoot Duchenne de Boulogne, een Franse neuroloog, bestudeerde gezichtsexpressies (1872). In zijn werk rapporteert hij spieren en spiergroepen die specifieke emoties vormen en die hij door middel van elektrische stimulatie wist op te roepen. Hij ontdekte daarbij dat een uitdrukking van ‘echte’ blijdschap niet alleen afhing van de spieren die de mondhoeken doen bewegen (de spier zygomaticus major), maar ook van de spieren rondom de ogen (de orbicularis oculi). De spontane glimlach wordt in de emotie-literatuur nog steeds de ‘Duchenne glimlach’ genoemd. Het tegenovergestelde noemen we in de volksmond ‘de tandpasta lach’. Duchenne’s werk is enorm invloedrijk geweest, onder andere op hoe wij vandaag de dag emotionele gezichtsexpressies in het lab opmeten met behulp van electroden.

duchenne

 

Duchenne gebruikte ook de pas ontdekte techniek van fotografie om de elektrisch opgewekte gelaatsuitdrukkingen van zijn proefpersonen vast te leggen.

lachen-in-het-lab

Promovendus Friederike Behrens aan het werk in het lab aan de Universiteit Leiden.

 

 

Alle apen kunnen net als mensen lachen en doen dat vooral tijdens spel. Echter, terwijl mensen alleen geluid produceren bij de uitademing en met hun stembanden een reeks van ha-ha-ha geluiden uitstoten gevolgd door een gierende inademing, doen apen het om en om. Na elke ‘ha’, die eigenlijk geen ‘ha’ is maar een soort ‘hijg’, volgt een inademing die eenzelfde hijg-geluid geeft. Bekijk deze bonobo maar eens, u moet het horen! Of deze chimpansee! Primatoloog Jan van Hooff kan het overigens fantastisch imiteren. Ik had hem een tijd geleden uitgenodigd voor een lezing in het Leidse Sieboldhuis, alwaar hij een demonstratie gaf. Het vergt wel wat oefening trouwens, als ik het probeer eindigt het meestal in een hoestbui!

In een studie van Ross, Owren en Zimmermann blijkt dat de geluiden die mensapen uitstoten wanneer ze gekieteld worden gelijkenissen vertonen met lachen bij mensen. De onderzoekers hebben op basis van enkele akoestische kenmerken een stamboom opgesteld van verschillende mensapen en de mens. Deze stamboom komt goed overeen met de afstamming die bekend is vanuit DNA-onderzoek. Lachen is volgens de onderzoekers geen unieke menselijke eigenschap, maar bestaat al minstens 10 miljoen jaar.

 

Doe mee aan een online onderzoek!

Wil je meer weten over de evolutie van lachen? Samen met studente Dianne Venneker en Dr. Disa Sauter doe ik onderzoek naar lachen in mensenbabies en peuters. U kunt hier meedoen aan het onderzoek en na afloop meer lezen over waarom wij dit onderzoek zijn gestart. Het onderzoek duurt ~25 minuten. Vergeet niet het geluid van uw computer aan te zetten!

 

timeline-apes-laughter

 

Dit is de stamboom die Van Ross, et al (2009) maakten op basis van vergelijkingen van de lach van verschillende apen.

Referenties

Darwin, C. (1872). The expression of emotion in man and animals. London: John Murray.

HUBER, E. (1922-3). ‘Ober das Muskelgebiet des Nervus facialis beim Hund, nebst allgemeinen Betrachtungen uber die Facialis-Muskulatur.” Morphol. Jahrbuch, Bd. LII, pp. 1-110, 353-413.

Provine, R. (1999). A Big Mystery: Why Do We Laugh? http://www.msnbc.msn.com/id/3077386/ns/technology_and_science-science/t/big-mystery-why-do-we-laugh/#.UHW3Jfl269s. Retrieved 10/9/2012

Ross, M.D., Owren, M.J., and Zimmermann, E. (2009). Reconstructing the evolution of laughter in great apes and humans.  Current Biology, 19, 1106-1111 doi: 10.1016/j.cub.2009.05.028

 

 

Latest news
Latest blog