email
mariskakret.com
|
Associate Professor at Leiden University
email
linkedin
emotional bodies

From face to hand: attentional bias towards expressive hands in social anxiety (ook in het Nederlands)

Have you ever felt uncomfortable looking someone into the eyes? We all do sometimes, but socially anxious individuals do so to such an extent, that they often avoid eye contact completely. And this is interfering in their daily lives, because the eye-region conveys important emotional information that we normally spontaneously attend to and that is very useful during social interactions. Socially anxious individuals avoid other’s eyes, which has traditionally been regarded as avoidance of others’ emotional face expressions. The idea was that these people were so much focused on themselves, and on how they come across, that they have no attention left for others and even worse, that they are not interested in other people’s emotions. However, a new study I conducted in collaboration with Jeroen Stekelenburg, Beatrice de Gelder and Karin Roelofs shows that this interpretation is completely wrong.

The traditional interpretation of the avoidance of eye contact ignores the fact that there are other sources of emotional information besides the face, such as the whole body. In everyday life, bodily postures and movements express our affective state, revealing it, in turn, to the observer. Clearly, in order to grasp another’s emotion or intention, humans not only attend to the others’ face but also attend to the others’ whole body. The hands are probably the most expressive components of the human body and provide a rich source of information for observers; the movements we make with our hands, our actions and gestures and emotional expressions. There is of course a striking difference between faces and hands in conveying emotion. When looking into someone’s face, most attention goes to the eyes. In contrast to eyes that can see, hands disclose information without being able to judge. For that reason, for socially anxious individuals, attending to the hands may serve as an alternative source of information during interactions with others.

In a series of experiments, we investigated whether gaze-aversion is associated with increased attention to emotional signals from the hands. We used eye-tracking to compare eye-fixations of high and low socially anxious participants when labeling bodily expressions (Experiment 1) with (non)-matching facial expressions (Experiment 2) and while passively viewed without a specific task (Experiment 3). We found that high compared to low socially anxious individuals indeed avoided the face, but attended more to hand-regions. Our findings demonstrate that socially anxious individuals do attend to emotions, albeit to different signals than the eyes and the face.

Our findings call for a closer investigation of alternative viewing patterns explaining gaze-avoidance and underscore that other signals besides the eyes and face must be considered to reach conclusions about social anxiety.

 

 

—————-

Mensen met een sociale angst vermijden vaak oogcontact. Het beeld bestond dat ze oogcontact vermijden omdat ze zó met zichzelf bezig zijn en met hoe ze over komen op anderen, dat ze geen ruimte over hebben voor aandacht voor de ander. Dit beeld blijkt onjuist. In onderzoek naar de verwerking van emoties wordt veelal gebruik gemaakt van foto’s van gezichtsexpressies. Echter, uit nieuwe onderzoek waar aan proefpersonen het hele lichaam van een ander werd getoond, blijkt dat ze meer naar andermans handen kijken dan mensen zonder sociale angst. Dus, mensen met een sociale angst kijken niet minder naar de ander, maar kijken in plaats van naar de ogen, vaker naar iemands handen.

De ogen spelen een zeer belangrijke rol in sociale interacties. Zowel babies als volwassenen kijken spontaan naar de ogen, volgen de blik van anderen en pikken emoties en intenties op. Het menselijk oog is erg bijzonder. Mensen hebben veel fijne spiertjes rond het oog en hebben erg veel zichtbaar oogwit, twee kenmerken die nonverbale communicatie vergemakkelijken. Kortom, het oog is niet alleen bedoeld om mee te zien, maar ook om gezien te worden. Uit eerder onderzoek is gebleken dat oogcontact erg belangrijk is voor het ontstaan van een band tussen moeder en kind. Die vroege ervaringen hebben veel invloed op de kwaliteit van sociale interacties later in het leven. Tegelijkertijd verhoogt oogcontact ons zelfbewustzijn en de opwinding die hiermee gepaard gaat. Denk maar aan dat spelletje van vroeger, waarbij je elkaar lang aan moest kijken en de eerste die weg keek verloor. Te veel of te weinig oogcontact, het is een nauwe balans.

Mensen met een sociale angst doen het in ieder geval minder dan mensen zonder deze angst: oogcontact maken. Dit is gebleken uit de klinische praktijk en bevestigd door experimenteel onderzoek. Echter, wetenschappers gingen er tot nu toe van uit dat het om vermijding van oogcontact ging en dat dit wordt veroorzaakt door een verhoogde aandacht voor zichzelf. Bloos ik? Ben ik niet saai? Lach ik nu raar? Doordat angstigen continue bezig zijn met dit soort vragen is er geen plek meer voor de ander, zo dacht men. Echter, de vraag waar angstigen dán naar keken, als ze niet naar de ogen van de ander keken, werd niet gesteld. Toch is het wel degelijk van belang om te weten of deze mensen de interactiepartner in zijn geheel vermijden en bijvoorbeeld in de verte staren, of in plaats van naar de ogen naar een ander lichaamsdeel kijken om op een andere manier inzicht te krijgen in diens emoties. Om deze vraag te kunnen beantwoorden moest worden afgestapt van traditionele testmethoden waar proefpersonen emotionele gezichten voorgeschoteld kregen op een computerscherm. Proefpersonen moesten de ruimte krijgen om ergens anders naar te kúnenn kijken. In het dagelijks leven zien we immers ook niet enkel iemands gezicht, maar hebben we te maken met een heel lichaam waar de emotie vanaf spat en waar we ook op letten.

In het dagelijks leven uiten we onze emotie met het hele lichaam en net als bij gezichtsexpressies zijn mensen goed in staat om emoties af te lezen aan lichaamhoudingen. De handen zijn, na de ogen,  waarschijnlijk de meest expressieve componenten van het menselijk lichaam en vormen een rijke bron van informatie voor de waarnemers; de bewegingen die we maken met onze handen, onze acties en gebaren brengen onze emoties en intenties tot uiting. Er is een opvallend verschil tussen ogen en handen: ogen kunnen zien en oordelen en handen kunnen tijdens een gesprek (zonder aanraking) alleen uiten. In die zin kunnen handen een veilige informatiebron zijn voor sociaal angstige mensen, waar ze vergelijkbare informatie uit kunnen putten als de ogen. Is het mogelijk dat sociaal angstigen niet minder geinteresseerd zijn in de ander, niet te weinig ruimte over hebben voor aandacht voor de ander en niet minder naar de ander kijken dan niet sociaal angstigen, maar, in plaats van naar de ogen, vaker naar andermans handen kijken?

Deze vraag onderzochtten we in een grote groep studenten. Van meer dan duizend studenten die een vragenlijst over sociale angst hadden ingevuld werden de meest en de minst angstigen uitgenodigd. Op een computerscherm kregen zij foto’s te zien van andere studenten die een bepaalde emotie uitten. Met behulp van een speciale camera die heel nauwkeurig de oogbewegingen van proefpersonen kon registreren kwamen we er achter dat sociaal angstige proefpersonen inderdaad veel meer naar de handen en minder naar de ogen keken dan proefpersonen die juist helemaal niet angstig zijn in sociale situaties. Dit patroon vonden we onafhankelijk van de emotie die werd geuit.

In conclusie, sociaal angstige mensen maken minder oogcontact. Dit is geen gevolg van desinteresse of te veel aan het hoofd hebben, maar komt omdat ze op een andere manier naar andere mensen kijken. Door naar iemands handen te kijken kunnen mensen met een sociale angststoornis toch de emoties van anderen oppikken. Naast sociale angst is ook van andere klinische populaties bekend dat ze minder oogcontact maken. Mensen met autisme bijvoorbeeld, lijken vaker naar de mond te kijken. Of zij ook gebruik maken van signalen die anderen via de handen uiten, is nog onbekend. Het onderzoek laat ook zien dat we moeten oppassen met het direct vertalen van bevindingen die worden gedaan in het lab naar situaties in het echte leven. Wetenschappers moeten er naar streven om in het lab situaties zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven.

Latest news
Latest blog