Het thema van dit nummer is ‘fout’ en aan mij de taak om daar iets over te zeggen vanuit de wetenschap, in het kader van conflicten. Zoals jullie weten ontstaan conflicten vaak door miscommunicatie. We praten langs elkaar heen of interpreteren non-verbale signalen verkeerd. Soms zitten we letterlijk op de verkeerde golflengte.
Als sociaal dier zit het juist diep in onze natuur om die golflengte van de ander op te zoeken. Ons brein is namelijk geen passieve ontvanger van informatie, maar een actief voorspellend systeem. Volgens de theorie van de ‘predictive brain’ anticiperen we voortdurend op wat er gaat gebeuren en in interacties vooral op wat anderen gaan doen of zeggen. Wanneer de werkelijkheid afwijkt van die verwachting ontstaat er een ‘prediction error’: een foutsignaal dat ons dwingt onze aannames bij te stellen. Evolutionair gezien is dat voordelig, want, wie goed kan voorspellen en daarmee anticiperen, vergroot zijn overlevingskansen.
Mensen zijn sociale dieren en een belangrijk deel van wat we proberen te voorspellen zijn dus anderen. We hebben elkaar nodig om samen te werken en maken dagelijks talloze kleine en grote vertrouwensbeslissingen. Laat ik mijn buurman in de trein op mijn tas passen als ik naar de wc ga? Sta ik mijn kind af aan die nieuwe crècheleidster die ik nog niet ken? Doneer ik geld aan deze persoon in nood? In al deze situaties draait het om vertrouwen. Veel van dit soort beslissingen nemen we razendsnel, op basis van een gut feeling dat het wel los zal lopen. Dat deze persoon het beste met ons voor heeft. Tegelijkertijd nemen we daarmee een risico: dat onze inschatting fout is en we bedonderd worden.
Hoe ontstaat vertrouwen? Als we iemand al kennen, spelen eerdere ervaringen natuurlijk een belangrijke rol. Maar bij nieuwe contacten moeten we het doen met wat er op dat moment beschikbaar is. En dat is verrassend veel. Gezichtsuitdrukkingen, oogcontact, lichaamshouding, de toon waarop iets gezegd wordt, allemaal signalen die ons brein razendsnel oppikt en verwerkt. En er gebeurt meer dan alleen waarnemen. We stemmen ons onbewust af op de ander. We ‘tunen in’. Dat zie je terug in subtiele vormen van spiegelgedrag: we krabben aan ons hoofd als de ander dat doet, gapen als we iemand zien gapen en glimlachen automatisch terug.
Onderzoek laat zien dat dit nog verder gaat. Zelfs op neurofysiologisch niveau raken we op elkaar afgestemd. Hartslag, ademhaling, hersenactiviteit, hormoonlevels, noem maar op. In mijn eigen onderzoek zie ik dat hoe meer we dat doen, hoe meer we letterlijk op elkaars golflengte zitten en hoe soepeler een interactie verloopt. Ben je aan het daten? De kans op een klik is groter als jullie lichamen min of meer hetzelfde ritme volgen. Moeten jullie samen een financiële beslissing nemen? Ook daar hangt synchronisatie samen met betere gezamenlijke uitkomsten. Maar dit werkt alleen als mensen elkaar kunnen zien. Hoe het precies zit weten we nog niet, maar er moet iets in het gezicht waarneembaar zijn, of waarschijnlijker, een combinatie van subtiele signalen, die deze afstemming mogelijk maakt: de grootte van iemands pupil, een lichte blos, oogcontact, een bijna onmerkbare glimlach. Wat we wel weten is dat aandacht voor de ander een cruciale rol speelt. Dit verklaart waarschijnlijk waarom synchronisatie vaak sterker is tussen mensen die een sterke band met elkaar hebben: je bent beter op elkaar ingespeeld, en je moet met elkaar door.
Waarom gaat het ondanks al deze verfijnde mechanismen toch regelmatig mis? Dit komt omdat ons brein niet alleen goed is in voorspellen, maar ook in vasthouden aan wat het dénkt te weten. We kijken vanuit ons eigen kader en voor je het weet zit je vast in je eigen interpretatie van de situatie. Wat we kunnen doen op het moment dat het een beetje schuurt is checken of wat je dacht te zien of horen ook echt zo bedoeld was. Naast een kleine correctie kan een korte vraag ervoor zorgen dat de ander zich gehoord voelt en kan dit helpen om weer terug te komen op dezelfde golflengte.
Photo credit: Timur Weber