Op weg naar een afspraak werd ik op de Amsterdamse Singel plotseling aangeklampt door een meneer. “Kunt u mij even naar de tram brengen die naar het station gaat?” Hij haakte aan en draaide zijn gezicht vol verwachting naar me toe. Op zijn neus stond een zonnebril met roze, hartvormige glazen. Daarachter: twee streepjes. De man was blind. Tijdens het loopje naar de tramhalte kwam ik veel over hem te weten. Hij had die dag afgesproken met vrienden in de Jordaan — oudere mensen, te oud om hem buiten nog te begeleiden. Nu was hij onderweg naar huis, in Leiden. Ik vroeg waarom hij geen blindenstok had, maar eentje van bamboe. Zo’n “high-tech ding” had hij helemaal niet nodig. “Overal waar ik kom, helpen mensen me,” zei hij. Hij was liever blind dan dat hij de mensen kon zien, zei hij stellig. “Dan kom je dichter bij ze.” Voor de zekerheid keek ik nog een keer naar zijn ogen. Ja, hij was echt blind. Geen viespeuk. Vol schuldgevoel luisterde ik met extra aandacht naar het vervolg van zijn verhaal. “Dicht bij mensen heb je betere gesprekken en gaat het vaker om emotie. Er zijn zo ontzettend veel lieve mensen op de wereld. Het is jammer dat men tegenwoordig alles zo somber inziet want echt, er gebeurd nog steeds een hele hoop goeds!” Helaas waren we inmiddels bij de halte aangekomen en liep ons gesprek ten einde. Hij stak zijn hand uit. Ik ben Ben, zei hij. “In Leiden kent iedereen me.”
Het incident laat me niet los. Om de medemens zó te kunnen vertrouwen, is moed nodig. Moed, zo dunkt mij, is onlosmakelijk verbonden aan vertrouwen — niet alleen in je eigen kunnen, maar vaak, zoals bij Ben, in de ander. Zonder dat vertrouwen zou zijn gedrag roekeloos of zelfs dwaas lijken. Maar wat als het precies andersom is? Wat als juist vertrouwen de essentie van moed blootlegt?
Vanuit psychologisch perspectief is moed een fenomeen dat diep verankerd is in onze sociale natuur. Het wordt vaak gedefinieerd als het vermogen om ondanks angst toch te handelen. Niet uit roekeloosheid, maar juist vanuit doelgerichtheid: om anderen te beschermen, rechtvaardigheid te verdedigen, of sociale risico’s aan te gaan. In het klassieke gehoorzaamheidsexperiment van Milgram (1963), waarin proefpersonen onder druk werden gezet om dodelijke schokken toe te dienen, gehoorzaamde de meerderheid. Maar sommigen weigerden. Juist zij toonden moed: niet door blind regels te volgen, maar door hun morele kompas te volgen, ondanks de sociale druk. Op de korte termijn maak je er zelden vrienden mee, maar op de lange termijn oogst je er respect mee.
Ook evolutionair gezien is moed een intrigerend fenomeen. Want waarom zou de natuur gedrag selecteren dat mogelijk je overlevingskansen verkleint? Het antwoord ligt in onze sociale aard. Bij groepsdieren — zoals mensen, maar ook mensapen — kan moed het voortbestaan van de groep vergroten. Denk aan altruïstisch gedrag: het verdedigen van anderen, het waarschuwen voor gevaar, het verzorgen van gewonden. Dergelijke gedragingen kunnen de overlevingskansen van de groep, en indirect ook van het individu, verhogen. Bij chimpansees zien we vergelijkbare patronen: ze springen voor elkaar in de bres, bemiddelen in conflicten, verzorgen elkaars wonden of delen voedsel. Oudere dieren helpen soms de jongere of zwakkere leden van de groep. Vertrouwen, hulp en moed — het zijn geen exclusief menselijke eigenschappen.
De wetenschappelijke studie van moed is echter allesbehalve eenvoudig. Dieren kunnen we moeilijk vragen naar hun motivatie. Maar ook bij mensen is dat problematisch, vanwege sociaal wenselijke antwoorden en zelfoverschatting. Daarom richten onderzoekers zich op observaties, gesimuleerde stresssituaties en neuropsychologisch onderzoek. In laboratoria worden scenario’s nagebootst waarin deelnemers iets engs of sociaal riskants moeten doen, terwijl hun fysiologische reacties worden gemeten. Maar dergelijke opstellingen blijven kunstmatig. We leven tenslotte niet meer in de tijd van Milgram. Er zou, wat mij betreft, veel meer onderzoek moeten worden gedaan naar écht moedig gedrag in het dagelijks leven.
En dat leven speelt zich tegenwoordig ook grotendeels online af. Vaak erger ik me aan de grofheid op sociale media. Op X ben ik al voor van alles uitgemaakt, en ik vraag me soms af of diezelfde mensen dat ook recht in mijn gezicht zouden durven zeggen. Waarschijnlijk niet. Maar opvallend genoeg is er ook een andere kant. Chinees onderzoek laat zien dat sociale media ons niet alleen lomper, maar ook moediger kunnen maken. In een reeks experimenten onderzochten onderzoekers hoe ervaren anonimiteit morele moed online kan versterken. Ze vonden niet alleen een sterk verband tussen anonimiteit en moreel moedig gedrag, maar ontdekten ook dat dit effect samenhangt met een verminderd gevoel van risico, en sterker is wanneer mensen hun acties als moreel betekenisvol ervaren.
Moed is dus veel meer dan impulsief risico nemen. Het is een bewuste, vaak emotioneel gedragen keuze om voor iets of iemand op te komen. Ben’s blindheid maakt hem kwetsbaar — maar zijn vertrouwen in anderen, en zijn bereidheid om zich afhankelijk op te stellen, getuigen van een zeldzame vorm van kracht. Misschien is dat wel de meest moedige vorm van allemaal.
Photo credit: Mart Production